Rondreis Parijs 2017

Tips & Links

Reisverslag

Hoewel er heel veel jongeren van 18 jaar oud op scooters en brommers rondrijden, kijken de meesten je raar aan als je zegt dat je op de scooter naar Parijs toe gaat rijden. Veel langer als een halfuur achtereen zitten de meesten er niet op. Maar voor mij was dat wat anders, Sinds ik in de zomer van 2016 mijn eerste fatsoenlijke brommer had gekocht, een AGM Caferacer (zo genoemd vanwege de styling, niet omdat hij zo snel was), had ik via een toerclub geproefd hoe het was om lange afstanden te rijden, en wat voor een vrijheid dat met zich mee bracht. Dus toen in de lente van 2017 het toervirus weer aansloeg besloot ik om een, voor mij toentertijd, lange reis te plannen voor de zomervakantie. Maar waar moet die reis dan heen? Na een paar uurtjes op google maps rondgekeken te hebben naar leuke einddoelen besloot ik om naar Parijs te gaan, maar dat kan rechtstreeks naar beneden vanaf Amsterdam (ik woon in een dorp net ten noorden van Amsterdam). Of via een mooie route langs de Belgische en Franse kust. Waarschijnlijk hoef ik niet uit te leggen dat ik voor het laatste gekozen heb.

De Voorbereiding

Ahh de lente, hoewel er veel mooie dagen tussen zitten waarop je lekker kunt gaan toeren langs de mooiste weggetjes van Nederland zitten er ook heel wat regenachtige dagen tussen. En juist die regenachtige dagen zijn perfect als je een toekomstige reis wilt plannen. De computer maakt overuren, en in een combinatie van Google Maps, toentertijd het programma Tyre (tegenwoordig is dat de webapplicatie “MyRouteApp” geworden) en camping vergelijkingssite’s kwam er langzaam een afgerond plan met voor iedere dag een geplande route.
Na een paar uurtjes zit je dan in een lekker ritme, Je start google maps op, kijkt welke stad er binnen bereik licht (ongeveer 200 kilometer, wat met een gemiddelde snelheid van 35 km/h en een paar rustpauzes op een dagetappe van ongeveer 8 uur uitkomt). Wanneer die gevonden is kun je met google maps heel makkelijk overnachtingsplekken in de regio vinden, of dit nou hotels of zoals in mijn geval campings zijn. Je weet een camping te vinden die er goed uit ziet en niet een kapitaal vraagt om ment een klein tentje te overnachten en dan kopieer je snel het adres in Tyre. Maar ja, de route die dan automatisch gecalculeerd word kan nagenoeg nooit regelrecht met de scooter gereden worden. Met de scooter mag je immers niet over vele wegen, en dan blijven er nog maar heel wat minder over die naar Rome.. euh Parijs leiden. 
Maar wanneer het je dan lukt om een reis van 1600 kilometer met behulp van street view uit te stippelen, dat voelt goed. En daar krijg je toch zo’n zin om te vertrekken van. Jammer genoeg duurt het nog een paar maanden.

Vertrek

De dag voor het vertrek is altijd een heel speciale dag. Heel de dag ben je bezig om alle spullen bij elkaar te zoeken. Je loopt drie keer een rondje door het huis heen om zeker te weten dat je niets vergeet, maar zoals iedereen die op reis is geweest wel weet. Je vergeet altijd iets. Maar dat maakt niet uit, want je komt ook altijd dingen tegen in je tassen of koffers wanneer je thuis weer aan het uitpakken bent die je heel de reis niet gebruikt heb. En zo vorm je over de duur van een paar reizen de perfecte uitrusting.
Het allerlastigste is de laatste nacht, je zit vol met adrenaline en je reisgenootje staat volgeladen in de schuur op je te wachten om de volgende ochtend te vertrekken. Je weet dat je een goede nachtrust nodig hebt, want zo’n eerste dag is altijd weer even wennen en uitputtend, maar op een of andere manier lijkt de slaap niet te willen komen. Dus al piekerend ga je nog maar eens bedenken of je inderdaad alles wel hebt ingepakt, of de route wel klopt. En vlak voordat je in slaap valt komt er zo’n heel geniepige twijfel in je hoofd. “Waar begin je aan, morgen op de scooter stappen om meer dan een week lang iedere dag meer dan 6 uur op de scooter te zitten.” Maar die gedachten moet je heel snel van je af zetten, want je zult zien. Daarna val je in slaap, en de volgende ochtend vertrek je op een geweldige reis!

Dag 1 - Zon, zon & nog meer zon.

Toen was het opeens de ochtend van zondag 13 Augustus, de dag van vertrek. En als ik zeg dat ik er zin in heb dan lieg ik. Ik heb er megaveel zin in. Als eerste een goed ontbijt en een lunchpakketje samenstellen. Dan hoef je je daar in ieder geval vanmiddag geen zorgen meer om te maken.  Nog één laatste keer door het huis heen om te kijken of je nog wat dingen ziet liggen, en dan kan het echt beginnen. Claire staat beneden volgeladen te popelen om me naar de eerste stop van vandaag te brengen, het pont bij Assendelft.

Tip! Klik op de foto om hem in het groot te zien

Gister avond gaf buienradar nog niet zo’n heel mooi beeld over vandaag, en al helemaal niet rond mijn vertrektijd. Maar al vanaf de eerste minuut was het prachtig weer. Naar het pont is het vanaf mijn huis maar een zeer klein stukje rijden, maar lang genoeg om even rustig aan te wennen aan het extra gewicht wat voor een behoorlijk anders sturende scooter zorgt. Maar daar wen je al snel aan. Op het pont alle spanbanden aangetrokken zodat alle spullen netjes op de scooter zouden blijven zitten.

Na het pont kon het echte rijden beginnen, en voorlopig waren de kilometers nog zeer bekend. Dus ze vlogen gestaag en zonder problemen voorbij. In Leiden moest ik voor het eerst even zoeken naar de correcte route aangezien de situatie was gewijzigd en nog niet doorgevoerd was in mijn routeplanner. Maar snel genoeg lag ook Leiden achter me en kwam Delft al in zicht. En rond het middaguur begon de maag toch al een beetje te knorren, dus stopte ik langs het Rijn-Schiekanaal om op een bankje in de volle zon mijn gesmeerde broodjes te nuttigen. Het was intussen goed warm geworden, dus het vest ging ook onder de motorjas vandaan en de koers werd op Zeeland gezet.

 

Voor vandaag stonden er in totaal drie oversteken per pont op het programma, en bij de tweede tussen Maassluis en Rozenburg wouden de pontwachters in eerste instantie niet geloven dat ik op een bromscooter reed. Toen dat opgeklaard was en ik een kaartje gekocht had zag ik pas de smalle doorgang om op het (brom-)fiets dek te komen. Maar nee, ik had betaald voor een brommer, dus ik mocht echt niet op het auto dek staan van de pontwachter. Nou dat heeft er voor gezorgd dat ze niet bepaald op tijd hebben kunnen vertrekken. Claire is van zichzelf al niet de smalste scooter, en als je daar dan ook nog eens twee grote volgepakte tassen aanhangt past dat dus maar net aan door de doorgang. Gelukkig had ik geen harde koffers maar zachte tassen gebruikt, want anders hadden daar nu diepe krassen in gezeten vrees ik.

Gelukkig kon ik het pont aan de andere kant fatsoenlijk verlaten, het zou nu weer even gaan duren voordat ik het volgende pont op zou moeten. Immers lagen de Zeeuwse eilanden nog in de weg. Dus het gas ging weer open en al snel kwam ik aan bij de Haringvlietdam. En toen ik op de klok keek trok er iets tot me door, ik had eigenlijk gepland om hier pas een grove twee uur later te zijn. En het zonnetje scheen nog steeds zeer fervent, dus daar heb ik aan het strand even een welverdiende rustpauze ingelast. Maar aan alles komt vanzelf een eind dus het werd weer tijd om door te gaan rijden. Doelwit op de navigatie, Middelburg en Vlissingen waar het laatste pont van vandaag zou vertrekken.

 

Op de dijken was het heerlijk uitwaaien, en was de temperatuur ook een stuk aangenamer, want zo’n felle zon op een zwarte motorjas kan behoorlijk warm worden. Op de Zeeuwse eilanden wou de navigatie mij nog een paar keer over onbegaanbare zandweggetjes hebben, dus soms was het even zoeken maar met een aangenaam tempo liet ik een voor een de verschillende dammen achter me, kwam Vlissingen in zicht en kwam ik aan bij de ferry terminal. Hier schrok de kaartverkoper ook weer een beetje van Claire en duurde het weer even voordat het duidelijk was dat het echt om een bromscooter ging en ik een kaartje mocht kopen. Maar toen kwam er alweer een uitdagen. Hier was het poortje al bijna te smal voor de neus van Claire, dus het achterwerk met tassen ging met geen enkele mogelijkheid passen. Gelukkig kon er een nooddeur open gezet worden waar ik zonder probleem door naar buiten kon. Niet veel later vertrok de ferry naar de overkant. Tussen Breskens en het dorp Groede waar de camping in lag was het nog een klein stukje. Dus niet veel later stond ik op de camping en kon de tent voor de eerste keer opgezet worden. En na 214 mooie en warme kilometers zat de eerste reisdag erop.

Dag 2 - De eerste buitenlandse kilometers

 

De ochtend was fris en vochtig, maar dat kon mij niet schelen. Vanaf het moment dat de wekker ging stonden mijn gedachten op de rit van vandaag, verder naar het zuiden. Want hoewel ik gisteravond in de tent eventjes bij mezelf dacht; “Gek, waar ben je aan begonnen?”; waren die twijfels nu volledig verdwenen. Maar hoe graag je dan ook wilt inpakken en vertrekken, eerst moet er natuurlijk een ontbijtje genuttigd worden. Met een bijbehorende kop koffie die verbazingwekkend snel op het gaspitje gemaakt kan worden.

Ook na vertrek bleef het nog een poosje behoorlijk fris. Dus het vest wat gisteren vele uren in de topkoffer had doorgebracht trok ik nu weer aan, en de luchtinlaten van mijn jas heb ik ook maar dicht geritst. Ach, het is niet optimaal, maar het had zeker slechter gekund.

De rit die vandaag gepland stond zou mij langs vele Belgische en Franse kustplaatsen naar het zuiden toe brengen. Maar als allereerste moest er nog een klein stukje Nederland afgelegd worden. En dat stukje vloog voorbij. Tussendoor heb ik in het plaatsje Sluis nog wat mooie foto’s gemaakt. Al snel bereikte ik de grens met België. En ik moet zeggen, behalve het verschil in kwaliteit van het wegdek merk je er maar weinig van dat je in een nieuw land rijd. Maar dit wegdek viel nog alles mee met het stuk wat ik even offroad heb moeten rijden omdat ik te eigenwijs was om een stukje terug te rijden nadat ik een afslag had gemist. Oeps! Maar goed, nu weet ik ook dat zolang ik het rustig aan doe, Claire totaal geen moeite heeft met een grindpad.

Nadat de hoofdweg weer gevonden was kon ik de route, die me langs Oostende en Duinkerke zou brengen, weer gaan volgen. In Oostende en Duinkerke had ik een paar “point of interests” in de route geplakt, dus daar heb ik uiteraard even foto’s lopen maken. En tegen de tijd dat ik bij de haven van Duinkerke, waar het lekker rustig was, aankwam was het alweer lunchtijd. Dus ik vond het mooi tijd voor een rustpauze aan het water. Alleen heb ik hier niet echt van kunnen genieten. Na een paar minuten liep er voor het eerst een man langs die heel aandachtig naar Claire keek, nou is dat niet meteen iets alarmerends, het is nou niet bepaald een beeld wat je vaak ziet. Een scooter die zo volgeladen is. Maar als iemand daarna in een paar minuten tijd meerdere keren langsloopt en iedere keer weer zo aandachtig kijkt, dan voel ik me daar toch niet helemaal veilig bij. Dus ik ben snel naar Claire teruggelopen, alles van de lunch weer ingepakt en ik ben snel weggereden. Op naar Grevelingen, waar ik op het centrale plein mijn lunchpauze voortzette. En opeens word je dan in het Frans aangesproken, en ook meteen met een heel verhaal. Dus ik zette snel een van de weinige zinnen die ik in het Frans ken in; “Désoléeje ne parle pas français“. Gelukkig begreep de man mij direct en begon hij opnieuw met zijn verhaal in het Engels. Hij vroeg zich af waar ik vandaan kwam en verwonderde zich over de zware bepakking. En dat was nog voordat ik hem vertelde dat het om een 50cc bromscooter ging. De blik op zijn gezicht sprak een duizendtal woorden, echt zo’n blik van “waar ben jij mee bezig”. Deze blik kende ik nog niet zo heel goed, maar ik wist gelijk dat ik hem nog veel vaker zou gaan tegen komen. Na een kort gesprek over van alles en nog wat later vervolgde ik mijn weg weer. En wat was het intussen weer warm geworden. Het vest was intussen al uit, de luchtinlaten stonden wagenwijd open en zelfs de rits van de jas ging los. Oh wat is die rijwind dan een heerlijke verkoeling. En langzaam kwam ook Calais in zicht.

Tot Calais bestond het landschap voornamelijk uit Belgisch en Frans platteland wat, hoewel het er redelijk vertrouwd uitziet, niet het meest spannende is om naar te kijken. Maar even buiten Calais kwam daar drastisch verschil in toen ik het “Parc naturel régional des caps et marais d’Opale” (oftewel het nationale park van de kapen en opaal moerassen) in reed. Opeens was het landschap heuvelachtig met mooie bochtige weggetjes, een waar genot om doorheen te rijden. En uiteindelijk werd het bijna bergachtig te noemen, met hellingen van 10%. Dit was voor mij de allereerste keer dat ik dit soort hellingen op de scooter tegenkwam. Naar beneden is het een genot, de zwaartekracht helpt een handje mee en de snelheid loopt wat sneller op dan normaal. Maar omhoog, tja dat gaat een heel stuk langzamer, met soms snelheden zo laag als 25 km/h. Maar toch kwam Claire elke keer weer boven, al dan niet regelmatig met een rij geïrriteerde Fransen achter me aan.

En dan denk je bij jezelf, “kan het nou nog mooier worden vandaag”. En ja, dat kan zeker. Want na een paar uurtjes in dit prachtige landschap viel de horizon opeens stijl omlaag, en keek ik uit over de kustplaats Boulogne-Sur-Mer. Wat een prachtgezicht is dat. Ook stond er een lekker zeewindje, dus een afkoelpauze werd ingelast. Perfect om even af te koelen om daarna de stad in de rijden op zoek naar avond eten.

Na mijn buikje vol gegeten, en van de airco genoten, te hebben kon ik weer op weg voor het laatste stukje naar de camping. Die ik nabij Etaples zou vinden. Nu is het voor de tent nog werkelijk genieten van het weer, maar het weerbericht voorspeld voor morgenochtend een behoorlijk regenfront. Ik vind alles goed, zolang ik de tent maar droog mag inpakken.

Dag 3 - Langs moerassen en over heuvels

Vanwege de weersvoorspelling, die voorspeld had dat het regenfront rond 10 uur ’s ochtends zou overtrekken, had ik de wekker extra vroeg gezet zodat ik hopelijk alles in kon pakken voordat het zou los barsten. En vroeg wakker werd ik, niet van mijn wekker maar van de zwaarste onweersstorm die ik ooit meegemaakt heb. En dat is niet prettig zo alleen in een tentje. Maar het gezegde  “na regen komt zonneschijn” werd gelukkig waarheid en rond 8 uur werd het droog. Toen ben ik snel opgestaan, ontbeten en alles weer ingepakt. Alles behalve de buitentent is dus droog opgeruimd.

De eerste kilometers vlogen, onder een grijze lucht, voorbij en mijn route leidde me door veel zeer kleine dorpjes. Meestal bestonden deze dorpjes uit een paar boerderijen, een handvol huisjes, een kerk en een bakker. En dan was je er alweer doorheen. Het was ook zeer duidelijk dat alle kerken hier uit ongeveer dezelfde tijd kwamen, want heel erg verschilden ze niet van elkaar qua stijl.

De kilometers gingen nog steeds via de Franse D-wegen voorbij, maar grijs bleef het. Na een poosje verscheen er een enorm weiland (het bleek later een moeras te zijn) met aan de andere kant een stad. Met een hele hoop uitzoomen kwam ik erachter dat de weg me volledig langs de oostkant van het moeras zou leiden en ik over een poosje in die stad, genaamd Saint-Valery-sur-Somme, zou aankomen.

Na Saint-Valery-sur-Somme bleef de koers zuid-west langs de kust en alle plaatsen die ik daar zou tegenkomen. Waaronder Ault en Dieppe.

Na Dieppe bracht de route mij iets verder landinwaarts waardoor ik weer door een prachtig heuvel-/berglandschap te rijden kwam. Heerlijk bochtig rijden, heuvel op heuvel af. En dan springen er langzaam aan steeds meer huizen langs de weg omhoog. Wat uiteindelijk eindigt in de plaats Fecamp. Mijn plan was eigenlijk om in Fecamp een plek te zoeken om een avondmaal te nuttigen. Maar daar was het om 15:30 uur nog wel erg vroeg voor. Gelukkig lag de camping niet ver buiten de stad, ik ben dus eerst doorgereden. Om in een stralende zon de tent op te bouwen, even lekker te zonnebaden en daarna op een lege scooter terug te rijden naar de stad.

Dag 4 - Een koude rit langs de Seine

De Afgelopen drie dagen had ik eigenlijk continue de kust gevolgd, maar vandaag zou daar verandering in komen. De koers stond oost, en dus landinwaarts, met als einddoel de stad van de liefde: Parijs. Ik moet toegeven dat ik geen romantische avond had gepland voor mij en Claire. Immers lust ik de twee lievelingsgerechten van haar, benzine en tweetaktolie, niet. Maar voorlopig kon ik alleen nog maar dromen over hoe het zou zijn om met mijn eigen brommer over de beroemde straten van Parijs te rijden. Eerst zou ik een uitgestippelde route van ongeveer 220 kilometer moeten rijden.

Maar als allereerste staat er uiteraard een kop koffie op de ochtendplanning. En die was vandaag extra welkom, wat was het koud zeg. Dit was de eerste ochtend dat ik moeite had met uit de slaapzak komen, dus snel een paar extra lagen kleding aangetrokken en een hete kop koffie gezet. En als je dan toch een gaspitje hebt, kun je ook prima wat sneetjes brood roosteren. Maakt toch weer voor iets anders, en bovenal een warm ontbijt. Wat doet een goed ontbijt een mens goed zeg. In recordtijd zat alles weer ingepakt en vastgesjord op de scooter en kon de rit beginnen. Die extra lagen kleding onder de motorjas waren geen overbodige luxe, want het was steenkoud in de rijwind.

Al snel reed ik weer een mooi gebied in, ditmaal het regionaal natuurpark van les Boucles de la Seine Normande, waar ik mijn eerste haarspeldbochten tegen zou gaan komen. En de eerste keer dat je bergaf op volle snelheid op zo’n haarspeldbocht af rijd is dat toch best eventjes spannend. Waarna je van de volgende 10 met volle teugen kunt genieten. En dan kom je beneden opeens de Seine tegen in het dorpje Caudebec-en-Caux. En pas na alle foto’s genomen te hebben en de lunch croissantjes alweer op zijn dringt het tot me door dat ik de rest van de dag de rivier tot aan Parijs zou gaan blijven volgen .

20 Kilometer stroomopwaarts ligt de stad Rouen. Hoewel de stad een stuk kleiner en rustiger is als een stad als Amsterdam, heerste er een heel drukke sfeer. En dat terwijl in mijn ervaring Parijs, ondanks dat het vele malen groter is, juist heel relaxed is. Dus ik ben snel langs de “POI’s ” gereden, waar ik een paar foto’s gemaakt heb om toen snel aan de oostkant de stad weer verlaten.

De koers bleef oost/zuid-oost en hoewel de lucht begon op te klaren en de zon zichzelf soms zelfs liet zien. Werd, met nog een ruime 100 kilometer te gaan, het landschap langzaam aan steeds platter en saaier. Al schieten die rechte wegen wel erg snel op. Maar het Franse platteland is dan nog altijd fijner om doorheen te rijden dan de voorsteden van Parijs. 15 kilometer langzaam rijdend verkeer langs de grootste winkel boulevard die ik ooit heb gezien. Tegen de tijd dat je elke soort winkel had gehad, was je zo veel verder dat het rijtje gewoon opnieuw begon omdat je anders wel erg ver moest rijden om de winkel aan het begin te bereiken. En dat continue start stop verkeer is zeer uitputtend, dus ik ben zeer blij dat ik vandaag geen tent hoefde op te zetten maar gewoon in het hotel kon neerploffen op het bed.

Dag 5 - Een nat Parijs

De 5e dag alweer, wat betekend dat de reis alweer over de helft voorbij is. Helaas zat het weer niet helemaal. Ik had een leuke route door Parijs gepland die me langs alle leuke bezienswaardigheden zou brengen. Intussen was ik al drie keer eerder in Parijs geweest, dus ik ben redelijk bekend met alle leuke dingen. En weet ook redelijk de weg te vinden. Maar wanneer het regent dat het giet is er maar één ding wat ik echt wil doen. En dat is naar een plek rijden waar het hopelijk niet regent. Ik heb dus snel van alle bezienswaardigheden een foto gemaakt en na het ontbijten in een boulangerie ben ik aan de route van vandaag begonnen. Een 200 kilometer lange rit die me in noord-oostelijke richting zou sturen met op de planning een camping net buiten Reims.

Tijdens de afgelopen dagen had ik gemerkt dat het slim was om ongeveer elke 50 kilometer een pauze in te lasten. Hier doe ik ongeveer 1,5 uur over en op die manier heb ik drie keer een pauze verdeelt over de dag. Maar door de uitputting die zowel veroorzaakt word door het rijden in een grote drukke stad als door het rijden in een zondvloed, wat allebei enorm veel energie kost, besloot ik na een kleine 30 kilometer alvast even rust te houden. Dus ik hield langs de weg stil vlak bij het vliegveld van Parijs, “Parijs-Charles de Gaulle”. Wat er voor zorgde dat ik ook meteen even kon vliegtuig spotten.

Gelukkig was het intussen grotendeels droog geworden en na de korte pauze vervolgde ik de rit naar het noord-oosten. Het landschap was weer licht heuvelachtig met veel akkerland, en eerlijk gezegd in combinatie met de grauwe lucht en regelmatige regenbuien heel saai. Maar soms kom je dan door een klein dorpje, en het was heel duidelijk dat de bouwstijl van de kerken hier inspiratie had genomen van de kerken die ik eerder in het westen zag. Of andersom natuurlijk, ik zou echt niet weten welke er eerder gebouwd zijn. Vlak bij Fismes kwam ik nog langs een bezienswaardigheid die ik niet gepland had. Namelijk een oorlogsbegraafplaats waar ongeveer 2100 oorlogsslachtoffers uit de eerste wereldoorlog begraven liggen. Met mijn karige kennis van de Franse taal wist ik te vertalen dat er voornamelijk Fransen begraven liggen, samen met 22 Britse soldaten en één verdwaalde Rus.

Intussen kreeg ik vanuit het thuisfront te horen dat het behoorlijk zou gaan regenen de komende dagen. En dat dat deze avond al zou gaan beginnen. Eén nacht in een natte tent, dat hoort bij het avontuur. Maar drie nachten achter elkaar leek mij iets te veel van het goede. Dus werd er een nieuw plan gemaakt; om eerst naar de camping te rijden, daar naar het weerbericht voor de komende uren en volgende dag te kijken. En aan de hand daarvan de beslissen wat te doen.

Tegen de tijd dat ik bij de camping aan kwam was het intussen weer begonnen met regenen, en de radar gaf een blauwe vlek aan die voorlopig nog niet voorbij zou zijn. Dus de beslissing was snel gemaakt, ook vannacht zou ik in een hotel slapen. Dus pakte ik de route die ik voor morgen gepland had erbij en begon die te volgen naar Reims toe waar meerdere budget hotels te vinden zouden zijn.

Ik was het vergeten, aangezien het eigenlijk pas voor morgen op de planning stond. Maar vlak buiten Reims stuurde mijn navigatie me van de hoofdweg af en leidde me over een weg waar nog een paar tribunes staan die overgebleven zijn van het F1 circuit “Reims-Gueux” waar tussen 1926 en 1966 14 grand-prixs gereden werden. In 2002 zijn de meeste restanten definitief gesloopt, maar een groep vrijwilligers houd de laatste restanten in stand, en vervaardigen een paar keer per jaar de muren van een nieuw laagje verf zodat de alle oude sponsor plakkaten er nog als nieuw uit zien. Zelf ben ik groot Formule 1 fan, en dan is het toch zeker heel leuk om zo’n stukje historie met eigen ogen te zien. En dankzij de weg die er loopt zelfs een soort van een stukje over het circuit gereden te hebben.

Het laatste stukje om Reims binnen te komen was wel even spannend, dat ging namelijk over een stuk weg waar het overige verkeer 110 mocht rijden. Eigenlijk mag ik hier niet komen met de brommer, wat ook volledig te begrijpen is, maar als er geen andere optie is moet je wat. Maar de eerste keer dat ik door een vrachtwagen werd ingehaald op een halve meter afstand terwijl ikzelf met 55km/h over de vluchtstrook reed deed ik het wel een klein beetje in mijn broek. Aangekomen in Reims bleek het F1hotel al helemaal vol te zitten. Gelukkig heeft Reims een soort van budget-hotel district, en bij het tweede hotel kon ik meteen terecht. En uiteindelijk heeft dat nog goed uitgepakt ook, want de prijs is hetzelfde. Maar de kwaliteit van de kamer een stuk hoger. Na alles naar de kamer gebracht te hebben en de natte spullen te drogen gehangen te hebben ben ik de stad ingereden om wat te eten te zoeken. En aangezien het momenteel droog was, en ik er niet van uit kon gaan dat dat morgenochtend het geval zou zijn, heb ik nu van alle mooie gebouwen maar vast een foto genomen.

Dag 6 - Kort maar doorweekt

Ook vandaag begon weer zeer grauw, dus vanaf de allereerste minuut kon de regenbroek aan en het vizier van de helm dicht. En de voorspelling was dat het de rest van de dag nagenoeg continue zou blijven regenen. Gelukkig stond er maar een korte rit op de planning, immers had ik gisterenmiddag al een stuk van de route gereden. De rest van de rit zou mij pal oost sturen door de akkerlanden van noord- Frankrijk, met als bestemming een Camping buiten Verdun.

Gelukkig waren er onderweg nog een paar dingen te zien, maar veel foto’s heb ik niet gemaakt. Wanneer het regent dat het giet houd je liever alle droge ritsen dicht en blijf je eigenlijk op de automatische piloot doorrijden. Tussen de middag vond ik in een klein dorpje gelukkig een heel schattig boulangerie’tje waar duidelijk de bewoners uit de omgeving hun dagelijks brood haalden. Daar heb ik een paar heerlijke broodjes gegeten en alle kleding even de kans gegeven om uit te dampen. Helaas is mijn Frans te slecht om mezelf te excuseren voor de plas water die ik achterliet onder mijn stoel.

Tegen de tijd dat Verdun, en de camping, in zich kwamen in de namiddag regende het nog steeds. Dus voor een tweede keer besloot ik door te rijden en in de stad op zoek te gaan naar een hotel. Dit keer is dat een hotel van het “B&B Hotels” keten geworden. Ik was zelfs zo vroeg, dat de schoonmaakster nog bezig was met het schoonmaken van de kamer. Ook dit hotel is weer iets duurder dan de voorgaande maar de kwaliteit van de kamer is dan ook een stuk beter. Het weerbericht voor morgen ziet er veelbelovend uit, dus ik ga met goede hoop slapen.

Dag 7 - Na regen komt, hoewel kort, zonneschijn

In het hotel was geen lift, dus om alle spullen naar de scooter te brengen ben ik een paar de trap op en af gelopen. Maar daardoor voelt het uitgebreide ontbijt wel verdiend. En na een grote kop cappuccino kon de rit onder een strak blauwe hemel beginnen. De eerste foto-stop kwam al snel, na ongeveer 10 minuten rijden stond ik bij het oorlogsmonument voor de slag om Verdun.

Na bij de Intermarche inkopen gedaan te hebben voor vandaag werd het tijd om naar het noorden te gaan rijden. En tot mijn verbazing zag ik opeens bovenop een berg een citadel opdoemen. Dit bleek de citadel van Montmedy te zijn. En daar kun je dus helemaal naar boven rijden, en als motorrijder kun je zelfs doorrijden tot de binnenplaats van de citadel. Helaas ben ik zo stom geweest om vanaf beneden geen foto te nemen, dus die heb ik even van google gepikt.

Na Montmedy weer verlaten te hebben was het niet ver meer naar de Frans-Belgische grens. En hoewel er qua landschap maar zeer weinig verschil tussen zit, is het duidelijk dat zuid-oost België een stuk populairder is bij de Nederlandse toeristen dan noord-oost Frankrijk. Opeens waren er zoveel auto’s met een Nederlands kenteken om me heen dat het bijna leek alsof ik alweer terug was in Nederland. En tijdens iedere reis zal één afdaling de steilste moeten zijn, en voor mij vond ik die net buiten de plaats Wisembach waar het met 14% omlaag ging. 

Intussen was ook de temperatuur al behoorlijk gekelderd en even later begon het voor de goede orde ook maar weer eens te regenen. Gelukkig reed ik op een gegeven moment door een soort van luxe truckers dorp waar ik in het restaurant een kop warme koffie en een bord met heerlijke patat genuttigd heb.

Na de rust stop was het nog een kleine 70 kilometer naar Luik toe, waar ik besloten had om langs de bezienswaardigheden in het centrum te rijden. Maar na 10 minuten in het chaotische verkeer van Luik ben ik snel omgekeerd en regelrecht doorgereden naar de camping. Een drukke stad is überhaupt al geen veilige plek voor tweewielers, en al helemaal niet in de spits, om dan nog maar niet te beginnen over de rare capriolen die ik gezien heb.

Ik had een leuke camping uitgezocht die zich op het landgoed van “landhuis Wegimont” bevind. Binnenkomen was nog even interessant, want ik moest door een halve grenscontrole heen om het terrein op te komen, en in mijn meest gebrekkige Frans heb ik kunnen uitleggen dat ik voor de camping kwam. Dat was nog verbazingwekkend moeilijk om duidelijk te maken ondanks alle bepakking op Claire.

Dag 8 - Terug in Nederland

Ik had verwacht dat ik na drie nachten in een hotel geslapen te hebben het in de tent op het matje zwaar tegen zou vallen. Maar dat viel alles mee, ik werd bijna net zo uitgerust wakker als in het B&B Hotel. Het was lekker weer, en gisteravond had ik afgesproken met iemand van de toerclub waar ik in 2017 actief was om een stuk samen op te rijden. Ik heb dus snel ontbeten en alles weer ingepakt en de rit kon beginnen. Het was maar een klein stukje naar de grens met Nederland waar mijn toermaat voor vandaag al op me stond te wachten. Na even kort gekletst te hebben zijn we opgestapt en naar Maastricht gereden.

Na zes dagen in het buitenland gereden te hebben is het goed te merken hoe extreem chaotisch de regelgeving rondom brommers wel niet is. Kort na Maastricht zijn we de grens weer overgestoken. In België kun je tenminste een beetje doorrijden. Nabij Valkenswaard zijn we op een terras gaan lunchen. En daarna kon de rit weer vervolgd worden in de richting van Eindhoven, waarna ik weer alleen ben doorgereden in de richting van Den Bosch. En daar kwam ik voor een klein dilemma te staan. Van Luik naar huis toe was een kleine 300 kilometer, en dat had ik eigenlijk opgedeeld in twee korte dagetappes van elk 150 kilometer. Maar toen ik langs de camping reed was het pas half drie, en ik had nog bakken vol met energie. Na een korte berekening over hoe laat ik thuis zou zijn als ik door zou rijden heb ik besloten dat maar gewoon te doen. Mocht het toch een te grote uitdaging blijken kon ik altijd halverwege in Utrecht bij familie overnachten.

Tegen de tijd dat ik rond avondetenstijd langs Utrecht reed voelde ik me nog steeds erg goed, dus heb ik bij de Mc Donalds snel wat calorieën opgedaan en ben ik weer door gaan rijden naar het noord-westen. Een goede route door Utrecht vinden was nog even een kleine uitdaging, maar toen ik eenmaal langs het Amsterdam-Rijnkanaal kwam te rijden was ik in bekend gebied en kon de automatische piloot aangezet worden. Ook de route door Amsterdam heen ken ik ondertussen uit mijn hoofd dus ik stond al snel bij het pont over het Noordzeekanaal. Het einde van de reis was in zicht. Na het pont is het nog maar een klein stuk van nog geen 20 minuten naar huis toe, en dat stuk zou ik kunnen rijden met mijn ogen dicht.

En dan sta je na 8 dagen, 1819 kilometer en een hele hoop nieuwe ervaringen weer thuis onder je eigen douche. En ondanks dat het weer niet altijd even goed wou mee werken kan ik niet wachten tot volgend jaar om opnieuw op reis te gaan. Want wat was dit een geweldige ervaring die ik nooit meer zal vergeten.

Route

Point of Interests